|
|
D'r op of d'r onder
In mijn vorige column heb ik heel kort de noodklok geluid over de steeds dichterbij komende ondergang van de Albert Cuypmarkt. Op het gevaar af dat men mij zo langzamerhand oervervelend gaat vinden met mijn regelmatig terugkerende jammerklacht over de naderende dood van dit fenomeen, kan en wil ik er ook nu niet omheen aandacht te vragen voor de door de politiek voorbereide slachtpartij die zich dreigt af te spelen. Begin dit jaar werd duidelijk dat het de bedoeling is in rap tempo ondergrondse parkeergarages te bouwen in de directe omgeving van de markt. Je hoeft niet echt behept te zijn met een enorm volume logisch verstand om in eerste instantie wild enthousiast te worden over een dergelijk bericht. Al jaren wordt er immers wanhopig getracht duidelijk te maken dat het ontbreken van parkeerfaciliteiten voor zowel bezoekers als de kooplieden zelf dodelijk is. Ja,ook voor de ondernemers, want op de Albert Cuyp bestaat nou eenmaal een situatie die op de meeste markten niet voorkomt. Aangezien de auto’s niet achter de kramen gestald mogen worden, zijn wij verplicht een parkeerplaats op de straat te zoeken en dat is dan gelijk de reden waarom wij reeds vroeg in de ochtend en bloc de personificatie van buitensporig chagrijn zijn. Dat is ook niet verwonderlijk als je bedenkt dat op goede dagen de gemiddelde rondrijtijd 45 minuten tot een uur bedraagt. Terwijl je dan als een verdwaasde door de buurt doolt, ben je constant doordrongen van het feit dat je handelswaar onbeheerd is achtergebleven en dat staat al met al garant voor een bijzonder stressvol begin van de dag. Ik kan dan ook niet ontkennen dat ik er het volste begrip voor heb dat bezoekers die hun auto na uren rondrijden nog steeds niet kwijt kunnen,voor eens en voor altijd behoren tot de categorie ‘die zien we nooit meer terug.’ Uitbreiding van parkeerplaatsen zou dus een welkome verbetering zijn en wellicht de markt de zo broodnodige economische impuls geven. Echter met de wetenschap dat de verantwoordelijke wethouder verkeer zo groen is als de Hulk himself, le ek enige argwaan niet ongepast, hetgeen tijdens een gespreksavond over het te voeren parkeerbeleid (heel toepasselijk geheten d’r op of d’r onder), ondubbelzinnig bevestigd werd. Het gegeven dat de meeste aanwezigen bewoners waren wiens uiterlijk er geen enkele twijfel over liet bestaan, dat zij de fase van de krakersbeweging, waar zij in de jaren zeventig toe behoorden, nooit ontgroeid zijn, was op zich al een veeg teken aan de wand. Maar toen ik op de hoogte raakte van de visie die de groentjes op papier hadden gezet, wist ik zeker dat mijn Albert Cuyp geen schijn van kans heeft deze aanslag te overleven. Als ik even kort door de bocht ga, behelst deze visie het volgende: elke straat moet als het ware de woonkamer van de Amsterdammer worden. Daartoe moet al het blik zoveel mogelijk uitgeroeid of onder de grond gestopt worden. De buurt die uitverkoren is om als eerste het slachtoffer te worden van deze snode plannen, is de omgeving van de markt, waar men de nu beschikbare 3200 parkeerplaatsen van de straat wil halen om er 2000 voor terug te creëren in de ondergrondse garages. Dat betekent een verlies van een derde aan plaatsen, terwijl er tussen neus en lippen ook nog even wordt vermeld dat er een verdubbeling van het tarief zit aan te komen. Denk nu niet dat er niet is nagedacht over wat dit betekent voor de ondernemers in het gebied, want het is mede voor hun bestwil dat deze maatregelen genomen worden. Let op, en ik citeer de letterlijke tekst: “Door de enorm hoge parkeerdruk in het gebied zal de economische en culturele ontwikkeling ontzettend gebaat zijn met meer autoluwe en autoloze straten.’’ En dat is het. Punt! Discussie gesloten! Niks parkeren voor bezoekers! Ondernemers gewoon lekker op de fi ets! Hartstikke gezond! Wat zegt u daar? De Albert Cuyp is zo tot de ondergang gedoemd? Zal zo’n vaart niet lopen! Ik heb me suf lopen piekeren hoe het tij nog gekeerd kan worden, maar ik vrees met grote vreze dat het op termijn gewoon einde verhaal wordt. Een mening die volgens de media gedeeld wordt door de landelijke organisatie die claimt onze belangen te behartigen. Grote koppen in de krant lieten de wereld immers weten dat het niet goed gaat met de ambulante handel, dat de omzet zakt en vooral dat we de hand in eigen boezem moeten steken omdat we niet met onze tijd zijn mee gegroeid. Om de aftakeling een halt toe te roepen stelt de branchevereniging daarom dat we eens in de spiegel moeten kijken en voldoen aan de verwachtingen van de consument. Hetgeen betekent dat we langer open moeten en massaal het pinapparaat dienen te omarmen. Ook hier geen enkele onderbouwing waarom uitgerekend deze twee acties de reddingsboei van de ambulante handel zouden zijn. Gewoon luisteren en niet zeuren! Ik weet wel wat goed voor u is! U moet even terug naar af en werktijden uit de vijftiger jaren aanhouden! En als u dan bij mij een pinapparaat aanschaft, is de economische ontwikkeling van de markt daar ontzettend bij gebaat!
Ik weet het ook allemaal niet meer, maar uit pure wanhoop ben ik best bereid het op een akkoordje te gooien. Als die mijnheer die met al die kretologie naar buiten trad nou eens in zijn hoedanigheid van belangenvertegenwoordiger gaat praten met die Hulk van een wethouder en er zorg voor draagt dat de kooplieden en bezoekers van de markt over een acceptabel aantal parkeerplaatsen kunnen beschikken dan zeg ik bij deze toe dat hij op mijn klandizie kan rekenen als ik overschakel op pinnen. | |
|
|