Kraamzetterssoap
Vorige maand heb ik de belofte gedaan de perikelen uiteen te zetten rond het verlenen van kramenzettersvergunningen op de Albert Cuypmarkt. Ik ga mij aan die belofte houden, hoewel ik dit allesbehalve een gemakkelijke opgave vind. Na het doornemen van alle beschikbare informatie wist ik dat dit één van de heel weinige columns ging worden waar ik eigenlijk geen plezier in heb om hem te schrijven. Maar het leven is nu eenmaal niet altijd leuk en daar gaat ‘tie dus.
Eerst even in het kort de voorgeschiedenis van wat inmiddels is uitgegroeid tot een drama met een zeer hoog soapgehalte. Sinds meer dan tien jaar worden op de Albert Cuyp de kramen gezet door vier stallenbazen. De grootste mag er 168 van de 250 plaatsen, de kleinste 10. Gedurende al die jaren hebben deze vier kramenzetters een onderlinge prijsafspraak gehanteerd, zodat er per dag per stal 14,85 euro moet worden neergeteld voor twee jukken, een zeil, twee planken en een bok. Enige jaren geleden was er bij uitzondering een alerte wethouder marktzaken die begreep dat dit soort praktijken niet langer door de beugel konden. Daarom besloot hij dat bij afloop van de huidige vergunningen een openbare inschrijving moest plaatsvinden opdat aan de bestaande woekerprijzen en kartelvorming een einde kon komen. En zo geschiedde! Vorig jaar zomer was het zover. De huidige vier kramenzetters plus twee nieuwkomers schreven zich in en brachten een offerte uit, waarbij tot mijn onuitsprekelijke blijdschap bleek dat er maar liefst vijf euro verschil was tussen de hoogste en de laagste inschrijver. Dat opende perspectieven. Met een verschil van een slordige duizend euro op jaarbasis ging dat mijn koopkracht wel even behoorlijk opvijzelen.
Op 14 augustus 2005 eindigde de termijn van inschrijving en vanaf die dag nam de kramenzetterssoap een aanvang.Er waren wat plaagstootjes maar begin december begon dan toch het serieuze werk. De grootste kramenzetter, die van de 168 stallen en met de hoogste offerte, begon wat met modder te gooien naar de collega’s, maar ergens tegen de Kerst moet echt de beuk erin zijn gegaan. Omstreeks die tijd stuurt de wethouder marktzaken namelijk een wanhopige e-mail naar haar ambtenaren en ik heb dit bericht met gloeiende wangen en rooie oortjes gelezen. De vrouw die aan het roer staat van onze markt was er op dat moment kennelijk al van overtuigd dat er op een schipbreuk werd afgestevend, want zij spreekt van een ,,roerig dossier’’ en verwijst haar staf naar ,,de fijne brieven van de huidige kramenzetter’’. En dan komt het! Mevrouw de wethouder vraagt haar personeel raad over ,,hoe om te gaan met de chantage van de grootste kramenzetter die dreigt zijn vergunning voortijdig in te leveren als hij niet de hele markt in handen krijgt’’.( Even tussendoor. De stallen op de Albert Cuyp hebben een afwijkende maatvoering aangaande de zeilen en om die reden zal het extra moeilijk, zo niet onmogelijk zijn voor enkele maanden een stallenbaas te vinden die aan de vraag van 168 kramen kan voldoen zonder aanspraak te maken op een vergunning voor de lange termijn wegens de investering.) Chantage dus en aangezien deze Dagobert Duck onder de kramenzetters tot nog toe altijd zijn zin heeft weten door te drijven, begon mijn net opgebloeide optimisme weer in ras tempo te verwelken.
Mijn nare voorgevoel kwam uit. De gemeente is bezweken voor de terreur van één man en heeft de bestaande vergunningen verlengd met twee jaar en onder de huidige condities. Met andere woorden, ik moet de komende jaren gewoon het afgesproken karteltarief blijven betalen, terwijl Dagobert zijn zakken vult met mijn koopkracht. Het is triest, treurig en tragisch, terwijl met de overwegingen waarop de wethouder haar beslissing stoelt een bestuurlijk dieptepunt wordt bereikt. Zij trekt de openbare inschrijving in en verlengt de huidige vergunningen om reden dat “na de inschrijving na voortschrijdend inzicht onoverkomelijke bezwaren gerezen zijn van principiële, praktische en algemene aard die het functioneren van de markt zullen schaden.’’ Als erkend ervaringsdeskundige op het gebied van ambtenarengedrag kan ik dit slechts vertalen als, ,,wij zitten tot onze nek in de shit en hebben bij benadering geen idee hoe we ons uit dit moeras moeten worstelen’’. Geweldig, niet?! Geen hond die dus nog weet waar dit over gaat en als je daarbij voegt dat ik ook heb mogen lezen dat alles op alles gezet moet worden de smeerboel binnenskamers te houden uit vrees voor imagoschade, dan is het ontstane beeld van een dergelijke onsmakelijkheid dat u begrijpt dat ik hier niet vrolijk van word en geen enkele inspiratie heb gevonden tot het schrijven van iets gezelligs.
Maar een soap zou geen echte soap zijn als er niet op het laatste moment een volkomen onverwachte gebeurtenis zou plaatsvinden. Wat denkt u! Mijn collega’s op de Albert Cuyp, al die leuke, lieve aardige mensen die ik in stilte zo vaak heb verweten dat het een stel dooien zijn die nooit eens voor hun eigen belangen opstaan, zijn tot leven gekomen en hebben bezwaar gemaakt tegen het feit dat ze voor de zoveelste keer gelaaienlicht worden en ik kan ze, uiteraard figuurlijk gesproken, wel één voor één zoenen. Gezellig vind ik deze column nog steeds niet en of het script van deze marktsoap in een happy ending voorziet, blijft voorlopig ook in nevelen gehuld. Maar één ding is inmiddels duidelijk. Deze keer laat de Albert Cuyp zich goddank eens niet als een mak schaap naar de financiële slachtbank leiden.
|